Archief voor juli 2019

Gezegende reis mijn grootmoeder, mijn leraar, mijn vriendin…

Op 24 juni startte mijn grootmoeder haar volgende, grote avontuur. Wanneer ik 4 jaar oud was en mijn moeder stierf, nam ze me op in haar huis en hart, en gedurende 20 jaar leefden we samen. Reflecterend op onze tijd samen zie ik de honderden lessen die ze me meegaf. Mieke was een wijze vrouw.

Haar lessen deel ik vaak wanneer ik lesgeef, en ik zal er ongetwijfeld later meer over schrijven, maar hieronder deel ik graag de brief die ik voorlas op haar uitvaart. Na het lezen van deze tekst maakten we met de 200 mensen die aanwezig waren in meditatie een brug van licht voor haar ziel, terwijl we het lied zongen waarvan je de tekst hier naast haar foto kan zien.

Net zoals alles in haar leven, maakte ze ook deze overgang met volle overgave en liefde.
Gezegende reis Mieke! Je deed dat schitterend. Tot gauw!

Er is een Afrikaanse spreuk die zegt dat er een dorp nodig is om een kind groot te brengen. Dus wat ik hier wil delen is mijn ervaring met deze wonderlijke vrouw die evenveel liefde bevatte als een dorp. Als familie schreven we niet voor niets onder haar naam ‘Eindeloze bron van liefde’, want dat is wie ze was. Wanneer je bij haar was, voelde je haar liefde. Mieke was iemand die je optilde. Ze heeft mij duizenden keren opgetild en ik wil graag wat van die liefde die ze mij gaf en waarmee ze alles in mijn leven veranderde, met jullie delen.

Mieke,

Toen papa stierf, 2 en een half jaar geleden, begon ik dromen te krijgen over jouw sterven. Vaak wanneer ik terug naar huis reed na een bezoek, huilde ik op de terugweg. Het was alsof het leven me begon voor te bereiden.
Eén van mijn laatste dromen over jou vertelde dat je zou vertrekken voor de zomervakantie, en dat deed je, maandag. Dus ik zie je nu al knipogen en lachen: “Ja manneke, timing hé.”

Toen ik 2 weken geleden voor het laatst bij je was en je na een 2 uur lange uitstap met de rolstoel in het park weer in je zetel zat, zei je: “Ja jongen, dat had je zeker nooit gedacht, om me zo te zien, met een lichaam zo versleten. “ De tranen schoten me in de ogen. “Ik zal er op een dag niet meer zijn…” zei je me, zoals je al wel vaker had gezegd.
Maar deze keer was anders en ik zat huilend naast je en zo zaten we daar samen. Je was stil en liet me huilen. Na een tijdje lachtte je naar me, zoals je dat altijd deed.

En nu is het zover. Mijn laatste voorouder gaat. Al jaren denk ik over wat ik je nog zou willen zeggen, om je uit te wuiven. Als ik iets wil delen is het mijn dankbaarheid, want jij bent de reden dat ik hier sta. Ik eer je vandaag door enkele van mijn duizenden herinneringen te delen.

Ik ben 4. Jouw dochter Gitta, mijn mama, is net overleden en ik zit aan je keukentafel. Je maakt een tekening voor me van het ziekenhuisbed en mama erin. Haar ogen zijn gesloten, een rode roos ligt op haar hart. “Mama gaat nu naar de hemel, “, zeg je me, “bij de sterren.“ Ik geloof je, en nog steeds schilder ik sterren in al mijn schilderijen.
Ik was een kind met zoveel verdriet in een lichaam te klein om het te bevatten. Je nam me in huis en je omarmde me met je wondermooie hart. Waar je eigen tranen naartoe vloeiden heb ik nooit gezien. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent: mijn nieuwe moeder. 20 jaar lang zouden we samenwonen.

Ik ben 13 en het begint fout te lopen. De school lukt niet, de pesterijen in de chiro doen me zoveel pijn. Ik voel me zo alleen, zo onzeker. Je zit bij me met woorden van eindeloos begrip. ‘Wandel maar verder jongen”. Ik geloof je en ik wandel verder. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent, mijn rots. Mijn hoop om verder te gaan.

Ik ben 15 nu en voel me erg eenzaam en verscheurd in een wereld die ik niet begrijp. Ik verlies mezelf in allerlei dwaalwegen.’s Avonds, zitten we vaak samen aan de keukentafel. Ik huil omdat ik mijn weg niet vind. Ik vind de wereld zo moeilijk. Je bent er en vertelt me over Jezus en om een of andere reden wordt ik altijd rustig dan. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent , mijn brenger van vrede.

Ik loop jarenlang verloren in een nacht die maar donkerder lijkt te worden. ’s Nachts ga ik vaak wandelen, alleen door de straten. Ik wil niet op de wereld zijn. Vele jaren later vertel je me over deze tijd. Je vertelt me hoe je altijd kaarsen brandde als ik nachten wegging. Opdat ik veilig zou terugkomen. Hoe gehavend ik ook was, je was daar en je geloofde in mij, ook al geloofde ik niet in mezelf. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent , mijn veilige thuishaven.

Enkele keren, alleen in de nacht, alleen in mijn wanhoop, dwaalde ik naar de rand van de duisternis. Altijd wanneer ik dicht bij de rand kwam, verscheen jouw gezicht voor mijn ogen. Je keek zwijgend in mijn ogen en dat was voldoende. Ik huilde en ik bleef. Jouw gezicht maakte dat ik deze wereld niet kon verlaten, ik kon jou dat niet aandoen. Jouw liefde, en de liefde van het meisje dat me omarmde toen, zijn de reden waarom ik hier vandaag sta.

Je vertelde me pas vele jaren later dat er een tijd was dat ik zoveel pijn had, dat je op een avond je kaars aanstak en sprak tot God. Je zei God: “als mijn jongen echt niet hier kan blijven, als deze wereld te hard voor hem is, laat hem dan alsjeblief gaan op een zachte manier. Ik zal hem wel loslaten en een manier vinden om verder te gaan. “
Ik was toen 16 denk ik en jij bent er, mijn licht in het duister. Ik geloof dat dat licht maakte dat ik kort erna mijn pad vond.

Ik ben 20 nu en wandel mijn nieuwe pad. Het is alsof we hand in hand wandelen. Ik voel dat je blij bent. Je steunt me in alles. Je herleest al mijn gedichten, je werkt mee aan kunstwerken. Overal ben je in betrokken en je gelooft in me.

Vokke, je man, sterft en je toont me jouw kracht om verder te wandelen. Je toont me hoe we verder leven en hoe het leven verder stroomt. Je bent er en je toont me de kracht van je hart, die enkel groter wordt. Het lijkt alsof je alles wat naar je toe stroomt kan omarmen.

Iedereen was welkom. Mijn nieuwe vriendin kreeg meteen haar eigen kamer: “Er is plaats genoeg, zei je dan. “, en je omarmde haar.

Je was altijd open om te leren. Ik kwam enthousiast terug van een intense 10 daagse stiltemeditatie en zeg: ‘Mieke, dat moet je echt ook eens meemaken’. Dus kort erna zit je er zelf, en kort erna ging je zelfs nog een keer terug voor 10 dagen, om je innerlijke wereld nog dieper te verkennen.
Wanneer ik in India ben en een nieuwe 10 daagse stiltemeditatie afrond, roept de oude leraar me apart voor we vertrekken. Hij kijkt me in de ogen en zegt me, zomaar uit het niets: “Young Man, Please give my highest regards to your grandmother, she is a great soul.“. “Doe alsjeblief mijn hoogste groeten aan jouw oma, ze is een grote ziel. ”

We zitten elke ochtend en elke avond een uur samen in meditatie. Tot we na een jaar of zo naar elkaar kijken, samen in de lach schieten en beslissen dat we het beu zijn en iets anders willen gaan doen.

Er is de aanslag in New York. Ik wil 2000 gebedsvlaggen zelf maken en ze laten tekenen door 2000 kinderen en ze op te hangen in een groot kunstproject voor vrede. Dus je trommelt de familie op en neemt je stikmachine. Wekenlang werken we samen voor vrede. Je was even fier wanneer we ze samen zagen wapperen en we met 150 mensen hand in hand onze wensen voor vrede meegaven met de wind.

Je bent in die tijd mijn mede-avonturier. Yoga, reiki, rituelen in de natuur, je doet het allemaal mee. “Mijn God leeft in alles”, vertel je me. “In de bomen, in het gras, in de wind.” Je vertelt me hoe je spreekt met de kruiden en groenten in de tuin. En dat citroenmelisse je zoete dromen geeft, en salie maakt je sterk.
Wanneer ik twijfel over mijn pad neem je mijn handen en zeg je me: “Roel jongen, sommige mensen zijn bedoeld om zoekers te zijn. Je bent dat altijd geweest en je zal dat altijd zijn. Deel wat je vind met de mensen Roel, dat is wat jij moet doen.” En dat doe ik.

Eindeloze avonden zitten we vaak tot 2 uur ’s nachts te praten over God, over het zorgen voor de Aarde, over natuurvolkeren, over het helend vermogen van liefde. Wanneer ik je vertel over wat ik leer van sjamanen, vertel je honderduit over hoe de natuur tot je sprak in je kindertijd, hoe de wind en de bergen je hielpen je verdriet uit te schreeuwen toen Gitta stierf. Het is alsof alles wat ik met je deel bekend is voor jou. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent, mijn beste vriendin.

We kopen jaartickets voor de stadsschouwburg en zien tientallen dans en toneelstukken samen. We gaan vaak met 2 op stap en ik herinner me hoe ik je de trappen van de schouwburg ophielp, altijd arm in arm. Ik ben zo fier om samen met jou te zijn. Je noemde die tijd dat we samen waren na Vokke’s dood ‘je tweede leven’. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent, als een zielezus.

Ik ben 24 nu en ontmoet Griet. Zonder aarzelen omarm je haar en zij en haar 3 kinderen zijn voor jou meteen je familie. ‘Ik wist dat je ging komen’, zeg je tegen Griet. En zo was het, je hart was altijd open en je omarmde iedereen. Onze dochter Noa werd geboren, je eerste achterkleinkind. Ik vond woensdag Noa’s geboortezakje met een knuffelsteen op je kamer. Na 14 jaar lag het nog altijd naast je bed, dichtbij.

We zijn nu 6 jaar geleden, we groeten samen het lichaam van Dries, je kleinzoon. Wanneer we terug naar de wagen wandelen ben je zo vredevol. “Huil je niet nu Dries vertrokken is?”, vraag ik je. “Nee jongen, “ zeg je. “Dries is op een goeie plek nu, ik ben blij dat hij nu rust heeft. En wij wandelen verder. We wandelen verder jongen.” Ik herinner me de diepe vrede die je in je droeg en die iedereen zoveel kracht gaf. Onze terugrit is gevuld van dankbaarheid en we lachen om de fijne herinneringen aan Dries. Je laat me zien dat we altijd verbonden zijn, voorbij de dood. En samen wandelen we verder. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent, mijn leraar.

Je hielp me om mijn ogen te openen en te zien dat ik niet alleen ben, maar deel van de meest prachtige familie, die er is voor elkaar. Wanneer ik dit maandag na je sterven zei, vertelde tante Magda: “Dat komt allemaal door Mieke, dat is wat ze in ons allen wakkerroept. “

En nu is het zover. Mijn laatste voorouder gaat .

3 dagen geleden zit ik naast je lichaam. Ik vertel je over hoe ik me soms zo eenzaam voel. Ik hoor je stem, klaar en duidelijk, binnenin mij: “voel je toch niet eenzaam jongen, voel je verbonden. “ Een les die ik zal oefenen, elke dag opnieuw. En zo hoor ik jouw stem helder in mijn hart. Ik ben zo dankbaar dat jij er bent, hier vanbinnen, als gids.

Ik zag je laatst een goeie 2 weken geleden. Mijn wagen vol met de spullen uit je service flat, de zetel heb ik Met Marcel bovenop het dak gebonden, je vond het een schitterend zicht. Marcel trok er lachend een foto van.

Ik zit bij je in je kamer. Je hebt een aktiviteit in het rusthuis gepland maar ik zeg dat ik gerust wat kan blijven. Je lacht: “die aktiviteit zal voor een andere keer zijn dan”. We nemen je rolstoel en we gaan samen opnieuw naar het park, waar we aan de trappen van het oude gemeentehuis zitten, genietend van de zon.
Anderhalf uur zitten we daar en we spreken over de familie, over liefde, over de dood, en waar we naartoe gaan. Je vertelt me je mooiste droom die je na mama haar sterven van haar had. “We zaten gewoon naast elkaar”, zeg je: “ er werd niets gezegd, we zaten gewoon daar en we waren samen. Dat was genoeg en het was zo zalig. ” Je ogen fonkelen wanneer je dat vertelt.

Na die woorden zitten jij en ik ook een tijdje in stilte samen, genietend van de zon. We rijden dan verder, langs de bomen waar je zo van hield.

Toen ik enkele uren later je kamer verliet, na het drogen van mijn tranen, sprak je me nog na. Ik sta in de deuropening en kijk om, en je zegt me je laatste woorden: “Bedankt Roel jongen. Ik ben zo blij dat je geweest bent. Je hebt mijn dag weer zo bijzonder gemaakt. “
“Ik ben ook zo blij”, zeg ik, met een krop in mijn keel. We lachen, en ik wandel voort met tranen die over mijn wangen lopen.

Dus hier sta ik nu Mieke. Je geloofde steevast in die wereld van licht die op je wacht. Dus hier, nu jij in die deuropening staat, geef ik je nog de woorden van mijn hart:

Danku Danku Danku Mieke. Ik ben zo blij dat je geweest bent. Je hebt me duizenden keren opgetild. Je bent de reden waarom ik hier ben. Je maakte alles zo bijzonder.
Je hebt schitterend geleefd. Je hebt ons allen zoveel gegeven. Het is goed zo. Wandel nu maar voort.

Wij zegenen jouw reis met al onze liefde. Dank je voor alles. Tot gauw.